Geboren in 1955, dus kwam ik al vroeg in aanraking met het handwerken/huisvlijt via mijn oma. Toen ik 6 jaar was kon ik haken en breien, vooral die draad boeide mij.
Eind jaren 80 kwam ik met mijn man naar Almelo, omdat je in Almelo nog gemakkelijk aan een ruime woning kon komen. In Enschede was dat heel anders.
Bij het Wevershuisje leerde ik weven en spinnen, een archeoloog Jan v Nuenen uit Borne hielp ons als vrijwilligers om weer te gaan weven in het Wevershuisje, een oud getouw werd weer in elkaar gezet en weefklaar gemaakt. Vrijwilligers leerden elkaar spinnen, oude spinnewiellen kwamen van zolder en werden opgeknapt. We leerden vlas verwerken en spinnen, en later weven tot linnen.
Er was nog geen ruimte voor creativiteit, er was nog zoveel te leren, onderzoeken en ontdekken, de zelf geweven stoffen waren in de zelfzorgtijd vooral functioneel, de stof moest sterk of warm zijn.
Toen ik mijn eerste tafelgetouw met 4 schachten kreeg kon ik mijn eigen stof gaan weven, sloot mij aan bij een weefkring en leerde vooral van Riek Bruggink de bindingsleer en veel patronen weven. Ze inspireerde ons en daagde ons uit om zoveel mogelijk te ontdekken.
De beperkingen bij het weven, de rechte lijn, dwong je tot zoeken naar mogelijkheden. De handgesponnendraad gaf meer structuur en ook het zelf verven van het garen gaf meer vrijheid.
Ik sloot mij ook aan bij een landelijke linnenkring, waar ik veel lezingen bijwoonde, ook de ‘show and tell’ bij iedere bijeenkomst was heel leerzaam en inspirerend.
Sinds een paar jaar heeft ook Almelo weer een weefkring die al weer 2 groepen heeft; weefsters komen niet alleen uit Almelo maar uit heel Twente en zelfs uit Duitsland. Er is ook maandelijks een weef- en spin-inloop in de Bibliotheek Almelo: een mooie samenwerking tussen de spinsters en weefsters van het Wevershuisje, weefgroepen en Weeffanaat.
Er is ook weer een weefopleiding door Weeffanaat.